Erkenning van xenofobische onderbuikgevoelens is fout

De afgelopen tijd hebben er in de media verschillende stukken gestaan waarin begrip werd getoond voor de gevoelens van onveiligheid die mensen krijgen wanneer ze (te veel) buitenlanders zien in hun buurt of op hun werk. Samen met de grote winst die de PVV boekte bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 9 juni en het toenemend aantal racistisch getinte uitlatingen van ‘de burger’ lijkt het erop dat het normaal gevonden begint te worden om xenofobisch te zijn.

Zo las ik laatst in de Volkskrant een stuk van columniste Renée Braams getiteld “Alweer een liedbijlage ‘andere landen’” Ze begint met een stukje waarin ze uitlegt dat ook zij zich bedreigd voelt, wanneer het personeel van de Albert Heijn overlegt in een taal die ze niet begrijpt. Ze citeert een stukje uit ‘A.P.Beerta-Instituut’ van J.J. Voskuil waarin een man moeite heeft met het feit dat een groep Turkse mannen in hun eigen taal spreekt.

Het hele stuk ademt een sfeer uit van angst voor het vreemde, angst voor buitenlanders. Natuurlijk moet je gevoelens niet onderdrukken of ontkennen, en het is ook wel enigszins te begrijpen dat mensen zich niet al te prettig voelen als hun omgeving verandert. Maar mensen hebben sowieso altijd al moeite met verandering, en de manier om daarmee om te gaan is door je erover heen te zetten. Allochtonen lijken misschien eng en vreemd, maar wat ons mens maakt is dat we onze onderbuikgevoelens opzij kunnen zetten.

Er lijkt de laatste tijd een verandering te zijn in het publieke debat. Niet alleen de eerder genoemde column, maar het publieke debat in het algemeen lijkt steeds meer het accepteren van onderbuikgevoelens normaal te vinden. Echter, wat maakt dat wij kunnen zeggen dat we in een beschaving leven, is het feit dat we onze instincten en dierlijke gevoelens kunnen sturen of onderdrukken. Als je het normaal vindt om vreemd, nieuw gedrag eng te gaan vinden en je ook eist dat in je woonomgeving deze vreemde elementen niet aanwezig zijn, ben je al intolerant geworden.

Want wanneer het normaal wordt om mensen, of hun cultuur, eng te vinden, puur op basis van gevoel, is het hek van de dam. Aan die redenatie zitten namelijk geen grenzen; gevoelens zijn niet objectief vast te stellen of te beoordelen. Het schept een klimaat waarin het voor echte racisten makkelijker wordt om hun racisme te uitten en in de praktijk te brengen. Het schept een klimaat waarin mensen die eigenlijk helemaal niet zo xenofobisch zijn, door de samenleving goedkeuring lijkt verleend te zijn om hun onderbuikgevoelens — waarvan eigenlijk ieder mens wel last heeft — te laten groeien tot xenofobie. Het normaal gaan vinden van het niet controleren van de eigen instinctieve gevoelens, zal een samenleving opleveren waaruit de beschaving voor een groot deel verdwenen zal zijn.

Leave a comment

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.