Reis door Korea: de laatste weken van de zomer

Voor ik vertrok naar Korea beloofde ik hier om niet zo’n typische reisblogger te worden die elk wissewasje met het thuisfront deelt. Daarin ben ik geslaagd: ik heb in Korea welgeteld één blogbericht geschreven. Gefeliciteerd! Maar ik denk dat ze thuis toch wel ietsje meer hadden willen horen. Daarom, nu ik in een kleine maand al weer terug vlieg naar Nederland, een overzichtje van waar ik me zoal mee bezig heb gehouden in de afgelopen maanden. Eerst de zomer!

Suncheon

Zonsondergang bij de Baai van Suncheon (순천만).
Zonsondergang bij de Baai van Suncheon (순천만).

Toen ik mijn laatste teken van leven gaf, was ik nog maar net begonnen met mijn rondreis door het land. Dat is jammer, want wat volgde waren misschien wel de interessantste twee weken hier. Ik was net vanuit Daejeon aangekomen in Gongju en stond op het punt om verder te trekken naar de zuidkust.

Daar zat ik drie nachten in een hostel in Suncheon. De stad zelf lag niet aan de kust, maar met de trein was je binnen twintig minuten bij Yeosu, een kustplaats bekend van het schildpadschip van admiraal Yi Sun-shin en de Expo van 2012. Maar het meest bijzondere uitzicht lag dichter bij mijn hostel: de Baai van Suncheon, een wadlandschap omgeven door rijst- en rietvelden. De zonsondergang die ik daar vanaf een heuvel zag tussen de ontelbare koppels, die je in Korea over ziet, was de meest indrukwekkende die ik ooit gezien heb.

De slaapzaal waar ik sliep in Suncheon.
De slaapzaal waar ik drie nachten sliep in Suncheon.

In Suncheon ontdekte ik ook het plezier van het reizen langs hostels door Korea. In de zomer zijn er veel groepen of enkele Koreanen die ook door het land reizen, buiten de enkele buitenlander. In Suncheon regelden de eigenaar ‘s avonds het meest typische Koreaanse studentenvoer – gefrituurde kip met cola en bier – en op die ‘chicken parties’ leer je mensen kennen! Dan zit je zomaar in een bar met wildvreemde mensen in een willekeurige stad ergens in Korea.

Daegu

Een traditioneel huis in Hahoe Folk Village bij Andong.
Een traditioneel huis in Hahoe Folk Village bij Andong.

Mijn volgende uitvalsbasis voor vier nachten was de grote stad Daegu. Vlakbij is een grote Amerikaanse militaire basis en dat was te merken in het winkelpubliek. Daegu was zelf niet heel erg interessant, maar het lag precies tussen drie plaatsen die ik wilde zien in: het nog altijd bewoonde Hahoe Folk Village bij Andong, de oude Shilla-hoofdstad Gyeongju met haar vele oudheden, en de Haein-tempel waar ze al bijna zeshonderd jaar de bijna achthonderd jaar oude Tripitaka Koreana bewaren, de oudste en meest complete kopie van de boeddhistische geschriften in Chinese karakters. In het hostel hier kwam ik vooral buitenlanders tegen die Engelse les gaven, maar ook een Koreaan die leerde voor dirigent en opgewonden was binnen niet al te lange tijd in Amsterdam het Concertgebouworkest zijn geliefde Mahler te kunnen horen spelen.

Busan

Het strand van Haeundae in de mist.
Het strand van Haeundae in de mist.

De laatste dagen van mijn vakantie was ik in Busan. Ik had gehoopt op een rustige strandvakantie om bij te komen van bijna vijf weken non-stop wandelen, maar helaas begonnen mijn vijf dagen daar met regen en mist. Maar niet getreurd, want er was genoeg te zien! In Suncheon had ik twee jongens uit Busan leren kennen, die hadden aangeboden mij hun stad te laten zien en dus kreeg ik een dagtour langs een indrukwekkende tempel die haast over de rotsen aan de zee gedrapeerd leek, de VN-begraafplaats, waar ook 122 Nederlands liggen, en het drukke stadscentrum. Busan heeft onder andere het grootste warenhuis ter wereld (Shinsegae) en is de thuisplaats van het grootste filmfestivals van Azië. Toen het de laatste dagen ook nog mooi weer werd, leek Busan haast een leukere stad van Seoel!

Maar zaterdag 23 augustus was het toch echt afgelopen met mijn gereis. Ik ging weer terug naar mijn startpunt: met de hogesnelheidstrein (KTX) naar Seoel om me daar weer tussen de toch altijd schrikbarende drukte naar de metro te begeven, op weg naar wat voor de volgende vier maanden mijn thuis zou zijn: de Universiteit van Korea.

Strandwacht op Haeundae Beach

Drie weken Seoel, Jeonju, Gongju

Inmiddels drie weken en drie dagen geleden landde ik voor de eerste keer in Korea. Wat volgde was een drukke tijd vol met paleizen en musea. Na afgelopen vrijdag afscheid te hebben genomen van een reisgenoot en een weekeinde bijkomen van de stadse drukte in het rustige Gongju, kom ik er nu eindelijk aan toe iets te schrijven over wat ik zoal heb meegemaakt.

Vooraanzicht van het Korean War Memorial Museum
Het Korean War Memorial Museum omgeven door de vlaggen van de deelnemende VN-lidstaten.

Het grootste deel van de afgelopen tijd was ik natuurlijk in Seoel, vanaf mijn aankomst op 17 juli tot de reis naar Jeonju vorige week dinsdag. Seoel is een indrukwekkende stad met zoveel te zien en te doen, dat je aan twee weken niet genoeg hebt, Toch heb ik het gevoel dat ik aardig geslaagd ben: ik heb zoveel gedaan!

Eerste hof van Gyeongbokgung
Eerste hof van Gyeongbokgung

Seoel heeft de Vijf Grote Paleizen en ik ben ze allemaal bij langs geweest: van Gyeonghuigung, waarvan enkel de troonhal herbouwd is, tot het groots opgezette Gyeongbokgung. Je kunt zien dat Korea druk bezig is alle paleizen te herstellen tot hun oorspronkelijke staat. Vooral bij het grootste, Gyeongbokgung, gaan ze daarin ver. De Japanse bezetters hadden grote delen gesloopt en voor de troonhal stond pontificaal het gigantische gebouw van het gouvernement-generaal. Dat wordt nu allemaal weer ongedaan gemaakt.

Het is onderdeel van manier waarop een steeds assertiever (Zuid-)Korea zich aan het presenteren is: een trotse natie met een trotse geschiedenis. De paleizen zijn daar gigantische herinneringen aan en zijn daarnaast ook buitengewoon mooi – het is allemaal wat ingetogener en meer uitgebalanceerd dan het bombast in Peking.

Dit nationale verhaal komt erg duidelijk naar boven in het Korean War Memorial Museum, waar niet alleen de slachtoffers in grote ernst worden herdacht, maar waar om de reflectiekamer heen een oorlogsmuseum zit met een martiale toon die je haast een beetje verrast. Heldendaden van strijders voor lang vergane staten worden met terugwerkende kracht in sterke nationalistische taal op één lijn gezet met de huidige verdedigers van het land.

Jeongneung graftombe, in Gangnam
Jeongneung graftombe, in Gangnam

Het herinnert je eraan dat je in een land bent dat officieel nog in staat van oorlog verkeert. En die zin mag dan misschien inmiddels wel cliché nr. 1 zijn in alle stukjes die over dit land geschreven worden, maar je ontkomt er wel niet aan. Van de musea, tot de metrostations die tegelijkertijd schuilkelders zijn, en de dienstplichtige jongens die je overal in het openbaar vervoer ziet, in uniform op weg van of naar de basis.

Maar makkelijk vergeten doe je het wel. De hoge torens van Gangnam, Yeouido en Jung laten een flitsende kant van Korea zien die nog eens versterkt wordt in het gedrag tussen de Koreanen en de talloze Chinese toeristen in de winkelstraten van Myeong-dong. Maar dan loop je ineens in een buurt waar sinds de jaren tachtig niks meer gedaan lijkt te zijn, of staat er ineens een groot boeddhabeeld buiten een tempel tegenover een gigantisch conventiecentrum.

Op bezoek bij de Halmoni's
Op bezoek bij de Halmoni’s in Gwangju

Een ander deel van de geschiedenis kwam langs in een trip met een vriend naar de ‘House of Sharing’ in het kleine Gwangju even buiten Seoel. Dat centrum niet alleen een museum over het Japanse seksslavernijsysteem, maar ook het tehuis voor enkele van hen, aangezien de meeste na de oorlog geen gezin meer konden beginnen door de schande.

Na een rondleiding door een gepassioneerde en goed belezen vrijwilliger, hadden we vijfenveertig minuten om via een tolk met de vrouwen te kunnen praten. Omdat het woord ‘troostmeisje’ &ndash want wie werden er eigenlijk ‘getroost’ &ndash te beladen is en ‘seksslaaf’ veel te hard, gebruikt men in Korea ‘halmoni’ (할머니), oftewel: grootmoeder.

Deze trip was niet per se ‘leuk’, maar wel enorm interessant en leerzaam. Het rondsloffen door paleismusea steekt er een beetje schril tegen af. Qua gewicht kwam alleen de tocht naar de DMZ, de grens met Noord-Korea, een week later enigszins in de buurt, maar dat was toch veel meer een attractie, compleet met vrolijke muziekjes die tentoonstellingen met machinegeweren opluisterden.

육회비빔밥, het beste wat Jeonju te bieden had
육회비빔밥, het beste wat Jeonju te bieden had

De trip van drie dagen naar provinciehoofstad Jeonju in het zuiden van het land was een welkome verandering van omgeving na de vloedgolf van prikkelingen die Seoel is. Samen met nog iemand sliep ik in een hanok, een traditionele Koreaanse woning, waar je ‘s nachts voor het slapen gaan je bed eerst moet uitrollen op de grond. Jeonju had frisse lucht, een feestelijke atmosfeer tussen alle Koreaanse toeristen – en wonder boven wonder een Nederlands gezin – en geweldig eten. Alles was net wat frisser, net wat lichter dan in Seoel. Alleen de kimchi is daar beter. Op een regenachtige laatste morgen had ik de meest klassieke ervaring tot nu toe, toen we in een oud theehuis langzaam een potje gele thee opmaakten terwijl de regen de bladeren in de speciaal vormgegeven tuin waarop we uitkeken bespeelde.

Wandelpad over de muur van Gongsanseong
Wandelpad over de muur van Gongsanseong in Gongju

Inmiddels ben ik al via Daejeon naar Gongju gegaan, zo’n anderhalf millennium geleden een tijd de hoofdstad van Baekje, een oud koninkrijk, waar ik in een via AirBnb geregeld appartement van een particulier zit. Het uitzicht over de Geumgang vanaf de bruggen is spectaculair en de bezienswaardigheden zijn best interessant.

Morgen trek ik verder naar Suncheon, aan de zuidkust.

Onderweg naar Korea

Seoul

Morgenochtend vroeg vertrek ik via Frankfurt naar Seoel, voor uitwisseling aan de Universiteit van Korea. Daarvoor heb ik eerst heb een dikke vijf weken om het land te leren kennen. Het beloven vijf interessante maanden te worden!

Net als mijn reis naar Hangzhou van vorige zomer wil ik ook deze keer mijn blog bijhouden voor de thuisblijvers en de andere geïnteresseerden. Ik zal proberen het leuk te houden door er zo min mogelijk een droog reisdagboek van te maken – met die details kan ik thuis wel lastig vallen via Skype of de mail – en in plaats vooral het land te laten zien en wat ik onderweg leer.

Met vijf weken heb ik ruim genoeg tijd om het land te leren kennen, maar dan moet je natuurlijk niet in de grote stad blijven hangen. De eerste twee weken is dat nu juist wel mij plan; ik blijf in Seoel om op mijn gemak te kunnen wennen aan het land. Bovendien is daar meer dan genoeg te doen! De definitieve plannen voor de rest van mijn zomer moet ik nog maken, maar één ding staat vast: 23 augustus meld ik me bij de universiteit voor mijn introductie. Dan zal ik Korea van weer een heel andere kant leren zien.

Allemaal mooie dingen om naar uit te zien!