Reis door Korea: de laatste weken van de zomer

Voor ik vertrok naar Korea beloofde ik hier om niet zo’n typische reisblogger te worden die elk wissewasje met het thuisfront deelt. Daarin ben ik geslaagd: ik heb in Korea welgeteld één blogbericht geschreven. Gefeliciteerd! Maar ik denk dat ze thuis toch wel ietsje meer hadden willen horen. Daarom, nu ik in een kleine maand al weer terug vlieg naar Nederland, een overzichtje van waar ik me zoal mee bezig heb gehouden in de afgelopen maanden. Eerst de zomer!

Suncheon

Zonsondergang bij de Baai van Suncheon (순천만).
Zonsondergang bij de Baai van Suncheon (순천만).

Toen ik mijn laatste teken van leven gaf, was ik nog maar net begonnen met mijn rondreis door het land. Dat is jammer, want wat volgde waren misschien wel de interessantste twee weken hier. Ik was net vanuit Daejeon aangekomen in Gongju en stond op het punt om verder te trekken naar de zuidkust.

Daar zat ik drie nachten in een hostel in Suncheon. De stad zelf lag niet aan de kust, maar met de trein was je binnen twintig minuten bij Yeosu, een kustplaats bekend van het schildpadschip van admiraal Yi Sun-shin en de Expo van 2012. Maar het meest bijzondere uitzicht lag dichter bij mijn hostel: de Baai van Suncheon, een wadlandschap omgeven door rijst- en rietvelden. De zonsondergang die ik daar vanaf een heuvel zag tussen de ontelbare koppels, die je in Korea over ziet, was de meest indrukwekkende die ik ooit gezien heb.

De slaapzaal waar ik sliep in Suncheon.
De slaapzaal waar ik drie nachten sliep in Suncheon.

In Suncheon ontdekte ik ook het plezier van het reizen langs hostels door Korea. In de zomer zijn er veel groepen of enkele Koreanen die ook door het land reizen, buiten de enkele buitenlander. In Suncheon regelden de eigenaar ‘s avonds het meest typische Koreaanse studentenvoer – gefrituurde kip met cola en bier – en op die ‘chicken parties’ leer je mensen kennen! Dan zit je zomaar in een bar met wildvreemde mensen in een willekeurige stad ergens in Korea.

Daegu

Een traditioneel huis in Hahoe Folk Village bij Andong.
Een traditioneel huis in Hahoe Folk Village bij Andong.

Mijn volgende uitvalsbasis voor vier nachten was de grote stad Daegu. Vlakbij is een grote Amerikaanse militaire basis en dat was te merken in het winkelpubliek. Daegu was zelf niet heel erg interessant, maar het lag precies tussen drie plaatsen die ik wilde zien in: het nog altijd bewoonde Hahoe Folk Village bij Andong, de oude Shilla-hoofdstad Gyeongju met haar vele oudheden, en de Haein-tempel waar ze al bijna zeshonderd jaar de bijna achthonderd jaar oude Tripitaka Koreana bewaren, de oudste en meest complete kopie van de boeddhistische geschriften in Chinese karakters. In het hostel hier kwam ik vooral buitenlanders tegen die Engelse les gaven, maar ook een Koreaan die leerde voor dirigent en opgewonden was binnen niet al te lange tijd in Amsterdam het Concertgebouworkest zijn geliefde Mahler te kunnen horen spelen.

Busan

Het strand van Haeundae in de mist.
Het strand van Haeundae in de mist.

De laatste dagen van mijn vakantie was ik in Busan. Ik had gehoopt op een rustige strandvakantie om bij te komen van bijna vijf weken non-stop wandelen, maar helaas begonnen mijn vijf dagen daar met regen en mist. Maar niet getreurd, want er was genoeg te zien! In Suncheon had ik twee jongens uit Busan leren kennen, die hadden aangeboden mij hun stad te laten zien en dus kreeg ik een dagtour langs een indrukwekkende tempel die haast over de rotsen aan de zee gedrapeerd leek, de VN-begraafplaats, waar ook 122 Nederlands liggen, en het drukke stadscentrum. Busan heeft onder andere het grootste warenhuis ter wereld (Shinsegae) en is de thuisplaats van het grootste filmfestivals van Azië. Toen het de laatste dagen ook nog mooi weer werd, leek Busan haast een leukere stad van Seoel!

Maar zaterdag 23 augustus was het toch echt afgelopen met mijn gereis. Ik ging weer terug naar mijn startpunt: met de hogesnelheidstrein (KTX) naar Seoel om me daar weer tussen de toch altijd schrikbarende drukte naar de metro te begeven, op weg naar wat voor de volgende vier maanden mijn thuis zou zijn: de Universiteit van Korea.

Strandwacht op Haeundae Beach

Drie weken Seoel, Jeonju, Gongju

Inmiddels drie weken en drie dagen geleden landde ik voor de eerste keer in Korea. Wat volgde was een drukke tijd vol met paleizen en musea. Na afgelopen vrijdag afscheid te hebben genomen van een reisgenoot en een weekeinde bijkomen van de stadse drukte in het rustige Gongju, kom ik er nu eindelijk aan toe iets te schrijven over wat ik zoal heb meegemaakt.

Vooraanzicht van het Korean War Memorial Museum
Het Korean War Memorial Museum omgeven door de vlaggen van de deelnemende VN-lidstaten.

Het grootste deel van de afgelopen tijd was ik natuurlijk in Seoel, vanaf mijn aankomst op 17 juli tot de reis naar Jeonju vorige week dinsdag. Seoel is een indrukwekkende stad met zoveel te zien en te doen, dat je aan twee weken niet genoeg hebt, Toch heb ik het gevoel dat ik aardig geslaagd ben: ik heb zoveel gedaan!

Eerste hof van Gyeongbokgung
Eerste hof van Gyeongbokgung

Seoel heeft de Vijf Grote Paleizen en ik ben ze allemaal bij langs geweest: van Gyeonghuigung, waarvan enkel de troonhal herbouwd is, tot het groots opgezette Gyeongbokgung. Je kunt zien dat Korea druk bezig is alle paleizen te herstellen tot hun oorspronkelijke staat. Vooral bij het grootste, Gyeongbokgung, gaan ze daarin ver. De Japanse bezetters hadden grote delen gesloopt en voor de troonhal stond pontificaal het gigantische gebouw van het gouvernement-generaal. Dat wordt nu allemaal weer ongedaan gemaakt.

Het is onderdeel van manier waarop een steeds assertiever (Zuid-)Korea zich aan het presenteren is: een trotse natie met een trotse geschiedenis. De paleizen zijn daar gigantische herinneringen aan en zijn daarnaast ook buitengewoon mooi – het is allemaal wat ingetogener en meer uitgebalanceerd dan het bombast in Peking.

Dit nationale verhaal komt erg duidelijk naar boven in het Korean War Memorial Museum, waar niet alleen de slachtoffers in grote ernst worden herdacht, maar waar om de reflectiekamer heen een oorlogsmuseum zit met een martiale toon die je haast een beetje verrast. Heldendaden van strijders voor lang vergane staten worden met terugwerkende kracht in sterke nationalistische taal op één lijn gezet met de huidige verdedigers van het land.

Jeongneung graftombe, in Gangnam
Jeongneung graftombe, in Gangnam

Het herinnert je eraan dat je in een land bent dat officieel nog in staat van oorlog verkeert. En die zin mag dan misschien inmiddels wel cliché nr. 1 zijn in alle stukjes die over dit land geschreven worden, maar je ontkomt er wel niet aan. Van de musea, tot de metrostations die tegelijkertijd schuilkelders zijn, en de dienstplichtige jongens die je overal in het openbaar vervoer ziet, in uniform op weg van of naar de basis.

Maar makkelijk vergeten doe je het wel. De hoge torens van Gangnam, Yeouido en Jung laten een flitsende kant van Korea zien die nog eens versterkt wordt in het gedrag tussen de Koreanen en de talloze Chinese toeristen in de winkelstraten van Myeong-dong. Maar dan loop je ineens in een buurt waar sinds de jaren tachtig niks meer gedaan lijkt te zijn, of staat er ineens een groot boeddhabeeld buiten een tempel tegenover een gigantisch conventiecentrum.

Op bezoek bij de Halmoni's
Op bezoek bij de Halmoni’s in Gwangju

Een ander deel van de geschiedenis kwam langs in een trip met een vriend naar de ‘House of Sharing’ in het kleine Gwangju even buiten Seoel. Dat centrum niet alleen een museum over het Japanse seksslavernijsysteem, maar ook het tehuis voor enkele van hen, aangezien de meeste na de oorlog geen gezin meer konden beginnen door de schande.

Na een rondleiding door een gepassioneerde en goed belezen vrijwilliger, hadden we vijfenveertig minuten om via een tolk met de vrouwen te kunnen praten. Omdat het woord ‘troostmeisje’ &ndash want wie werden er eigenlijk ‘getroost’ &ndash te beladen is en ‘seksslaaf’ veel te hard, gebruikt men in Korea ‘halmoni’ (할머니), oftewel: grootmoeder.

Deze trip was niet per se ‘leuk’, maar wel enorm interessant en leerzaam. Het rondsloffen door paleismusea steekt er een beetje schril tegen af. Qua gewicht kwam alleen de tocht naar de DMZ, de grens met Noord-Korea, een week later enigszins in de buurt, maar dat was toch veel meer een attractie, compleet met vrolijke muziekjes die tentoonstellingen met machinegeweren opluisterden.

육회비빔밥, het beste wat Jeonju te bieden had
육회비빔밥, het beste wat Jeonju te bieden had

De trip van drie dagen naar provinciehoofstad Jeonju in het zuiden van het land was een welkome verandering van omgeving na de vloedgolf van prikkelingen die Seoel is. Samen met nog iemand sliep ik in een hanok, een traditionele Koreaanse woning, waar je ‘s nachts voor het slapen gaan je bed eerst moet uitrollen op de grond. Jeonju had frisse lucht, een feestelijke atmosfeer tussen alle Koreaanse toeristen – en wonder boven wonder een Nederlands gezin – en geweldig eten. Alles was net wat frisser, net wat lichter dan in Seoel. Alleen de kimchi is daar beter. Op een regenachtige laatste morgen had ik de meest klassieke ervaring tot nu toe, toen we in een oud theehuis langzaam een potje gele thee opmaakten terwijl de regen de bladeren in de speciaal vormgegeven tuin waarop we uitkeken bespeelde.

Wandelpad over de muur van Gongsanseong
Wandelpad over de muur van Gongsanseong in Gongju

Inmiddels ben ik al via Daejeon naar Gongju gegaan, zo’n anderhalf millennium geleden een tijd de hoofdstad van Baekje, een oud koninkrijk, waar ik in een via AirBnb geregeld appartement van een particulier zit. Het uitzicht over de Geumgang vanaf de bruggen is spectaculair en de bezienswaardigheden zijn best interessant.

Morgen trek ik verder naar Suncheon, aan de zuidkust.

Onderweg naar Korea

Seoul

Morgenochtend vroeg vertrek ik via Frankfurt naar Seoel, voor uitwisseling aan de Universiteit van Korea. Daarvoor heb ik eerst heb een dikke vijf weken om het land te leren kennen. Het beloven vijf interessante maanden te worden!

Net als mijn reis naar Hangzhou van vorige zomer wil ik ook deze keer mijn blog bijhouden voor de thuisblijvers en de andere geïnteresseerden. Ik zal proberen het leuk te houden door er zo min mogelijk een droog reisdagboek van te maken – met die details kan ik thuis wel lastig vallen via Skype of de mail – en in plaats vooral het land te laten zien en wat ik onderweg leer.

Met vijf weken heb ik ruim genoeg tijd om het land te leren kennen, maar dan moet je natuurlijk niet in de grote stad blijven hangen. De eerste twee weken is dat nu juist wel mij plan; ik blijf in Seoel om op mijn gemak te kunnen wennen aan het land. Bovendien is daar meer dan genoeg te doen! De definitieve plannen voor de rest van mijn zomer moet ik nog maken, maar één ding staat vast: 23 augustus meld ik me bij de universiteit voor mijn introductie. Dan zal ik Korea van weer een heel andere kant leren zien.

Allemaal mooie dingen om naar uit te zien!

Laatste bericht uit China

De theetuinen bij Meijiawu, een dorpje in de heuvels naast het Westelijke Meer.
De theetuinen bij Meijiawu, een dorpje in de heuvels naast het Westelijke Meer.

Na iets meer dan zes weken in Hangzhou is het nu tijd om weer terug te gaan naar Nederland. Met veel moeite heb ik mijn spullen in de koffer weten te proppen en mijn kamer is inmiddels aan kant. Nu rest enkel nog het afscheid vanavond, waarna ik morgen vroeg op de bus naar het vliegveld stap. Dan is het al weer voorbij!

Als je zo’n lange tijd ergens bent geweest en hebt geprobeerd een taal te leren, is het altijd goed je af te vragen wat het je heeft opgeleverd. Want ik heb niet alleen allerlei geweldige ervaringen opgedaan met de mensen hier, maar ik heb ook zes weken lang bij Mandarin Capital de Chinese taal geprobeerd te leren.

Is dat dus een beetje gelukt? Het antwoord op zo’n vraag hangt af van de verwachtingen die je vooraf hebt. In mijn geval had ik niet de ijdele hoop dat ik na afloop vloeiend Mandarijn zou kunnen spreken. Ik wilde hier naartoe om daar een begin mee te maken. Mijn doel was om een beetje te kunnen spreken en wat gevoel te krijgen voor de taal. Dat is gelukt.

Chinees-Koreaans hotpotten ter afscheid van een paar mensen.
Chinees-Koreaans (汉韩) hotpotten ter afscheid van een paar mensen.

Op deze manier heb ik een goede basis om terug in Groningen verder te gaan bij bijvoorbeeld het Confuciusinstituut. Ik heb nu op enigszins ongestructureerde wijze kennis gemaakt met de taal en kan straks gestructureerd verder. Omdat ik al zinnen kan maken en wat kan praten, kan ik nieuwe dingen nadat ik ze leer gelijk gebruiken. Dat is goed voor je motivatie en maakt het leren makkelijker.

Het was dus een goede beslissing om hier te komen. Niet alleen heb ik de basis gelegd voor het verder leren van de Chinese taal, ook weet ik beter wat ik later wil doen: ik wil niet in China wonen.

Wat?! Dat is de uitkomst van zes weken Hangzhou? Ja, hoewel het een geweldig interessant land is, de mensen vriendelijk zijn en het vanuit mijn vakgebied bekeken ook erg interessant is, ben ik er achter gekomen dat ik er niet een groot gedeelte van mijn leven zou willen wonen. Een paar jaar is niet erg, maar ik zou hier geen permanent leven op willen bouwen.

Mijn focus verschoof zich de laatste maanden al naar het Koreaanse schiereiland en de afgelopen weken is dat definitief geworden. De verschrikkingen die naar buiten komen bij de verhoren van het lopende VN-onderzoek naar de mensenrechtenschennissen in Noord-Korea bevestigen voor mij nog eens hoe zeer die zaak de volle aandacht van de wereld verdient. Want daar lijden miljoenen mensen al jaren en het einde is nog niet in zicht. Om daar wat aan te doen is goede kennis van China echter geen overbodige luxe. Zonder China zal er geen oplossing mogelijk zijn.

Dat brengt mij terug naar de belangrijkste reden voor mijn reis naar Hangzhou: ik wilde Chinees leren, omdat ik denk dat het zeer nuttig zal zijn voor mijn toekomstige carrière. Dat argument blijft staan en ik ga eenmaal terug in Groningen dan ook gewoon verder met leren. China zal altijd mijn aandacht houden en ik zou er graag nog vaak terugkomen.

Nog even en dan zit ik al weer in de universiteitsbanken of achter mijn bureau op kantoor. Maar eerst: afscheid nemen, terugreizen en dan kort bijkomen!

Shanghai en de laatste week is begonnen

De vertrekhal van station Hangzhou Oost. Niet klein.
De vertrekhal van station Hangzhou Oost. Niet bepaald klein. Station Shanghai Hongqiao is ongeveer hetzelfde.

Nu mijn vertrek steeds naderbij komt, is het geruststellend om alvast even kennis gemaakt te hebben met de betrouwbaarheid van het openbare vervoer tussen Hangzhou en Shanghai. Over minder dan een week zal ik er (voorlopig) voor de laatste keer gebruik van maken als ik naar huis ga. Maar eerst nog de laatste drie lessen en afscheid nemen van de mensen hier!

Afgelopen zaterdag ben ik een dagje naar Shanghai geweest. Daarvoor nam ik de sneltrein, die de honderdtachtig kilometer aflegde in een klein uur. Het duurt langer om van en naar de gigantische treinstations te reizen.

In de ochtend stapte ik uit de metro het felle daglicht in van Shanghai op ‘Nanjing Road’ en liep met de mensenmassa mee naar de Bund. Hangzhou wordt met haar bijna negen miljoen inwoners door de Chinezen niet als een buitengewoon grote stad gezien. Shanghai is met meer dan 23 miljoen inwoners de grootste stad ter wereld en dat is toch wel te merken.

Hoewel Hangzhou absoluut groot is, voelt het niet als een grote wereldstad, zoals Parijs, Londen of zelfs het pittoreske Amsterdam. Het is meer een provinciale stad zoals Groningen op een veel en veel grotere schaal. Shanghai voelt daarentegen wel degelijk als een heel erg grote wereldstad.

In Hangzhou vragen de mensen of ze een foto van jou mogen maken, in Shanghai of je een foto van hen kunt maken. Dan helpen ze jou ook.
In Hangzhou vragen de mensen of ze een foto van jou mogen maken, in Shanghai of je een foto van hen kunt maken. Dan helpen ze jou ook.

Ik heb heel veel over de Bund heen en weer gewandeld, het bekendste gedeelte van de voormalige Internationale Concessie. Daarnaast ben ik met de veerboot de Huangpu overgestoken en heb de ‘Oriental Pearl TV Tower’ beklommen. Een uitzicht over de stad vanaf 253 meter met één observatiedek met een doorzichtige vloer waar ik maar niet op ben gaan staan.

Shanghai is zo interessant vanwege de mix tussen Europese gebouwen – als je voor het hoofdkantoor van de voormalige zendingsmissie naar China staat waan je je zo in een buitengewoon warme Europese stad – Chinese geschiedenis – het Yu-park en de stadsgodtempel – en de moderne nieuwbouw. Een waar kruispunt van heden en verleden!

De Bund gezien vanaf de 253 meter hoge B-verdieping van de 'TV Tower'.
De Bund gezien vanaf de 253 meter hoge B-verdieping van de ‘TV Tower’.

‘s Avonds ging ik al weer terug naar Hangzhou, dus ik had helaas geen tijd om het beroemde gezicht van Lujiazui verlicht in de nacht te zien.

Zondag kon ik dus gewoon weer rondkijken in Hangzhou en dat deed ik dan ook: ik reed de metro uit naar een meer ten zuiden van de stad en ben daarna gaan winkelen. Maar het meest bijzondere was nog wel de Lingyin-tempel. Een erg groot complex met verrassend grote Boedhabeelden waarvoor nog altijd mensen kowtowen voor de godenbeelden en met wierook naar de vier windrichtingen buigen.

Mijn voeten waren na een heel weekeinde lopen door de hitte wel kapot, maar het was de moeite waard en ik had geluk: ik kon uitslapen, want deze week zijn de lessen van negen uur naar elf uur verschoven omdat er een nieuwe leerlinge bij is gekomen op de school.

Morgen ben ik halverwege de zesde week. We gaan nog een paar dingen samen doen voordat de Italiaanse en ik vertrekken. Daarna heb ik een weekeinde en dan is het echt gebeurd.

Drukte bij de achterkant van een tempelgebouw op het terrein van de Linyinsi.
Drukte bij de achterkant van een tempelgebouw op het terrein van de Linyinsi.

De laatste twee weken gaan in

De botanische tuin gezien vanaf de Su-dam die het Westelijke Meer oversteekt.
De botanische tuin gezien vanaf de Su-dam die het Westelijke Meer oversteekt.

Het is inmiddels al meer dan vier weken geleden dat ik voor het eerst aankwam in Hangzhou. Toen ik uit de lange-afstandsbus stapte, was de stad nog onbekend terrein voor mij. Nadat ik een kaart had gevraagd bij een touristeninformatieloket, kon ik beginnen te kijken waar precies in de stad ik me bevond. Toen duurde dat nog even.

Maar na vier weken ronddwalen op de fiets, te voet, in de taxi of met het openbaar vervoer ben ik enigszins bekend met de indeling. Chinese steden zijn vrij Amerikaans in hun aanleg: rechte, lange straten en geen gebouwen die meer dan een halve eeuw oud zijn.

Dit maakt het vinden van de weg zowel makkelijker – zolang je maar in de juiste richting gaat, kom je jouw straat altijd wel een keer tegen – en moeilijk – de gebouwen lijken allemaal op elkaar. Een probleem is dat de afstanden groter zijn: je onderschat continue de lengte van een blok. Mijn gastgezin woont voor Chinese begrippen niet heel erg ver van de school: maar 5 kilometer. In Groningen is het vanaf de rand van de stad, waar ik woon, naar de universiteit in het centrum slechts 3,5 kilometer.

Zijtak naar de stad van het Grote Jing-Hang Kanaal.
Zijtak naar de stad van het Grote Jing-Hang Kanaal.

Ondertussen houdt de hittegolf aan. De temperatuur blijft dagelijks tegen de veertig aan schuren, hoewel de tyfoon die in de Filipijnen huis houdt hier vanaf gisteravond voor enige verkoelende wind zorgt. De herfst is volgens de Chinese telling van de seizoenen al begonnen en onze lerares zei dat het begin van de herfst vaak erg warm is. Niet zo gek als het nog maar halverwege augustus is!

Vorige week zijn we begonnen met het leren van karakters. Tot dan toe hadden we enkel pinyin – het fonetische schrift – gebruikt, maar zonder de karakters kom je niet ver. Het gaat ons nooit lukken om heel erg veel te leren voor we vertrekken, maar onze leraren proberen ons in ieder geval de basisregels voor het schrijven bij te brengen.

Chinezen spelen graag basketbal en dat is hoe mijn klasgenoot iemand leerde kennen die op zijn beurt wel iemand kende die met hem tegen een vergoeding ‘s middags wilde praten. Omdat ik merkte dat deze dagelijkse gespreksoefening bij hem voor grote vorderingen zorgde, vroeg ik of hij kon vragen of er ook iemand met mij kon praten.

De Chinese studenten hebben nu ook zomervakantie en schijnen zich te vervelen, dus het was geen probleem iemand te vinden. Vorige week heb ik haar voor het eerst gesproken en vandaag was de tweede keer. Het is goed om je Chinees een keer uit te proberen zonder zijwieltjes; dan leer je werken met een beperkte woordenschat en merk je hoe erg je nog naast de juiste tonen zit. Want het herkennen van de juiste toon en het gebruiken van de juiste toon is nog altijd erg moeilijk. Als ik spreek, klinken bijvoorbeeld 睡觉 (shuì jiào) en 水饺 (shuǐ jiǎo) nog te veel hetzelfde. Een Chinees hoort ‘gaan slapen’ en een soort dumplings.

Akkers van de Acht Diagrammen, schijnbaar nog bewerkt door de Qianlong-keizer.
Akkers van de Acht Diagrammen, schijnbaar nog bewerkt door de Qianlong-keizer. Op de achtergrond buitenwijken van Hangzhou.

Afgelopen weekeinde was druk genoeg. Omdat ik komend weekeinde wil proberen Shanghai te bezichtigen, wilde ik nog wat van Hangzhou zien. Daarom ging ik zaterdag overdag naar het Westelijke Meer, stak de Su-dam over, bezocht het Nationale Zijdemuseum en beklom de Jade-Keizer-Heuvel.

Dat was een hele klim, zeker in de middaghitte, maar het was de moeite waard, want vlak onder de top was een aangenaam koele grot en een theehuis. Onderweg en op de top kon ik tussen de bomen door stukken zien van de stad en de omgeving van de heuvel die de Vaalsberg aardig benadert in hoogte.

Hangzhou zelf is volgebouwd, maar de heuvels rondom het Westelijke Meer zijn nauwelijks in gebruik; daar zijn ze te stijl voor. Dat zorgt dat hoogbouw naast groen beboste hellingen staat en maakt dat Hangzhou een prettige stad is om de te verblijven. Je hebt niet ringweg na ringweg, maar er is groen om je toevlucht in te zoeken als de drukte van de stad je even teveel wordt.

Zondag studeerde ik en rustte ik uit, want zaterdagavond ging ik weer naar het Westelijke Meer, deze keer met de Italiaanse, om daar te wandelen in de avond en te eten. Het was nog steeds erg warm, maar het was de moeite waard om langzaam het licht van de dag te zien verdwijnen en vervangen te worden door de lichtjes in de bomen en op het meer.

Zondagavond was ik uitgenodigd door een van mijn leraressen om met haar en haar vrienden mee te eten. We aten iets wat leek op dumplings, maar wat het volgens mijn lerares niet was. De juiste naam is mij ontschoten. Na afloop leerden haar vrienden mij Chinees kaarten; het is een ingewikkeld spel met heel erg veel kaarten waarbij je min of meer tegen elkaar op biedt.

Maar nu zijn de lessen weer begonnen en het einde van mijn verblijf komt rap nabij. Hoewel mijn gesproken Mandarijn steeds beter begint te worden, heb ik nog een heleboel werk te doen qua woordenschat en tonen. Daarnaast is mijn grammaticale kennis nu nog erg simpel. Ik hoop dat ik nog flink wat bij kan leren voordat ik straks terugkeer naar Nederland! Dan zie ik Groningen verder.

Het beeld in de poort van de taoïstische tempel op de top van de Jaden-Keizer-Heuvel.
Het beeld in de poort van de taoïstische tempel op de top van de Jaden-Keizer-Heuvel.

Amerikaans imperialisme in actie

Het is ironisch dat een land wat zo druk bezig is met het ontwikkelen van een eigen identiteit en wat zo graag tekeer mag gaan tegen de slechte invloed van de Verenigde Staten, tegelijkertijd absoluut gefascineerd is door alles wat Amerikaans is. Het is onderdeel van een bredere interesse in westerse cultuur, maar voor de gewone bevolking is Amerika toch wel het toppunt. Deze schizofrene houding ten opzichte van (een eveneens schizofreen) Amerika kun je overal in de wereld vinden, maar nergens is hij zo uitgesproken als hier.

In Europa kon Wal-Mart vanwege het strenge arbeidsrecht niet van de grond komen. In China is dat geen probleem.
In Europa kon de formule van Wal-Mart vanwege het strenge arbeidsrecht niet van de grond komen. In China is dat geen probleem.

Zelf heb ik ook meegeholpen aan de verdere verspreiding van de macht van het Amerikaanse grootkapitaal. De afgelopen drie weken ben ik in meer Amerikaanse ketens geweest dan in de voorgaande twee jaar bij elkaar. Starbucks, McDonalds, KFC en voor het eerst ook de beruchte Wal-Mart.

Chinezen drinken nog steeds veel thee, maar laten het ook graag staan om voor een veel hogere prijs cappuccino’s, frappuccino’s, americano’s en wat al niet meer te halen bij Amerikaanse, Koreaanse en een enkele Chinese keten. Wij spreken graag af bij de Starbucks, want daar is airco.

Maar ik heb de afgelopen week ook genoeg aan lokale cultuur gedaan. In een poging de stad uit te fietsen, ben ik tot in de buitenwijken geraakt, waar de laatste restjes wild groen ontelbare bouwplaatsen voor woongemeenschappen omgeven. Daarnaast ben ik nog een keer een avond naar het Westelijke Meer geweest om afscheid te nemen van de Engelse uit Italië, die gisteren al weer vertrokken is.

Longjingcun naast theevelden.
Longjingcun naast theevelden.

Gisteren ben ik zelf wat dichter bij Hangzhou gebleven: met het openbaar vervoer ben ik de bergen naast het meer in gegaan, naar het dorp Longjing, de plek waar de beroemde longjingthee vandaan komt. Ik heb er enkel maar even rondgelopen; de tempel was helaas dicht. Maar het was al prettig om eindelijk eens even de stad uit te zijn.

De ontvangsthal met een verkleurde Koreaanse vlag, zonder blauw!
De ontvangsthal met een verkleurde Koreaanse vlag, zonder blauw!

Eén van de interessantste vondsten van de afgelopen dagen was toch wel de ontdekking dat er een tijdelijke Koreaanse regering in Hangzhou geweest is en dat je die nog altijd kunt bezichtigen. Het is gevestigd in rijtjeshuis een lieflijk residentieel complexje uit de jaren twintig. Het fascineert mij, niet alleen omdat Korea mij op zich al fascineert, maar ook omdat ik er nog nooit van gehoord had. Ik dacht dat ze na de Japanse invasie vanuit Shanghai gelijk naar Chongqing doorgegaan waren. Is er een lezer die me verder kan helpen bij dit raadsel? De tentoonstelling was helaas enkel in het Chinees en Koreaans.

Uit Nederlandse kranten heb ik vernomen dat er hier een hittegolf gaande is. Het was ook wel erg warm. De regering heeft in Hangzhou uiteindelijk een aantal raketten de lucht in geschoten met chemische stoffen die regen hebben gecreëerd. Hoewel het een verademing was, waren de hagelstenen ter grote van knikkers nou ook weer niet nodig. Nu is het nog bewolkt, maar de komende dagen keert de zon weer in volle sterkte terug.

Ik heb nog maar drie weken te gaan! De tijd gaat snel en ik hoop maar dat mijn Chinees net zo snel vooruit gaat. Aan de studie!

Het Westelijke Meer in de avond
Het Westelijke Meer in de avond

Hangzhou Altstadt

清河坊-straat bij daglicht.
清河坊-straat bij daglicht.

Op de Engelstalige kaart van de stad die gratis aan de toeristen wordt uitgedeeld, staat in het centrum aan de grote Yan’an-weg een stip met daarbij de tekst ‘Foreign Language Bookstore’. Ik ga nogal snel door mijn boeken heen en aangezien er in de boekenwinkels waar ik tot dan toe geweest was in de verste verte geen Engelstalig boek te vinden was, kon ik natuurlijk niet anders dan aan de boekenwinkel een bezoekje te brengen.

Vrijdagmiddag fietste ik er vanuit de school naartoe. Het kruispunt was groot en duidelijk te vinden op de kaart. De ingang van de boekenwinkel was minder duidelijk. Toen ik echter eenmaal een onooglijk pandje binnen was gelopen, bleek daarin een roltrap te zijn, die naar drie verdiepingen voerde, afgeladen met boeken. Echter, er was maar één afdeling niet in het Chinees. Voor liefhebbers van thrillers was er echter genoeg keus en er waren zelfs een paar Franstalige, Duitstalige, Spaanstalige en Koreaanstalige boeken over China. Maar verder was de keus wat gedateerd. Toch vond ik wat: ik heb, beide in Engelse vertaling, ‘De Zwarte Tulp’ van Alexandre Dumas en ‘Red Sorghum’ van Mo Yan gekocht. 不太贵

Was hangt te drogen boven een winkeltje in de Oude Hefang-straat
Was hangt te drogen boven een winkeltje in de Oude Hefang-straat

‘s Avonds gingen we met z’n vieren naar het oude gedeelte van de stad, 清河坊: de Oude Hefang-straat. Hoe origineel de huisjes zijn waarin de winkeltjes zitten, weet ik niet. Maar met de lichtjes is het wel een mooi gezicht, zeker als je het oude theehuis ziet waar de staf nog kleding draagt uit de tijd van de Qing-dynastie, je aandacht richt op de eerste verdieping of kleine steegjes inkijkt.

Zaterdag ging ik er aan het eind van de middag zelf nog even uit met de fiets om het oude gedeelte bij daglicht te zien. De Oude Hefang-straat had iets van zijn charme verloren, maar was nog steeds leuk. Zoals bij vrijwel alle Chinese steden heeft ook Hangzhou geen oude binnenstad zoals je in Europa aantreft. Er staan een paar herbouwde huizen uit de begintijd van de Republiek in de omgeving van het Westelijke Meer en je hebt de omgeving van de Oude Hefang-straat waar je gebouwen vindt uit de keizertijd en enkele uit de vroege Republiek. Het is zo jammer dat er niet meer bewaard is gebleven van de oude geest van de stad die ooit de grootste ter wereld was!

Bij mijn terugtocht ondervond ik aan den lijve de gevolgen van het feit dat alle moderne gebouwen in een Chinese stad zoveel op elkaar lijken. Om een snellere route naar het centrum proberen te vinden, nam ik een andere weg terug. Ik had grote moeite om thuis te komen, niet alleen vanwege de drukte van de spits, maar ook omdat je continue de grootte van de blokken hier onderschat en er weinig oriëntatiepunten zijn. Deze omweg leidde er wel toe dat ik langs het Grote Kanaal kwam.

Een dood stuk van een afgedamde aftakking van het Grote Kanaal.
Een dood stuk van een afgedamde aftakking van het Grote Kanaal.

Vroeger was het Jing-Hang-kanaal van groot belang voor de handel tussen de twee belangrijkste stedelijke gebieden van die tijd en voor het vervoeren van belasting naar de hoofdstad. Aangelegd loodrecht op de natuurlijke waterloop was het een haast onmogelijk karwei om het te bevaarbaar te houden. De expertise en organisatiegraad die deze klus vereiste was zo groot, dat verscheidene historici de bevaarbaarheid van het kanaal op een bepaald moment in de geschiedenis gebruiken als indicator van de kwaliteit van het bestuur op dat moment.

Hoewel het kanaal tegenwoordig niet meer over het volledige traject van Peking naar Hangzhou bevaarbaar is, zijn grote delen nog altijd van groot belang voor de binnenvaartschippers. Nog altijd kun je talloze boten voorbij zien komen als je bij een brug gaat staan kijken.

Vandaag was ik nog meer dan gisteren bezig met studeren. In de avond heb ik nog iets ondernomen: met zes personen, de gebruikelijke vier plus de Kazachstaanse jongen en een Chinese vriend van hem zijn we gaan zwemmen. De chaos in een Chinees zwembad is iets groter dan in Nederland, maar de douches na afloop zijn wel een stuk beter!

Zoals mijn ‘Facebook-vrienden’ al hebben kunnen zien, heb ik een manier gevonden om toch bij Facebook en Twitter te komen, ondanks de blokkade van de Chinese overheid. Na een tijdje prutsen heb ik een werkende VPN gevonden en kan ik weer zien wat jullie allemaal gegeten hebben! Dit weekeinde had ik een proefaccount dat nu is afgelopen en ik moet wachten totdat PayPal mijn creditcard verifieert, voordat ik een langer-werkend account kan aanschaffen. Ik ben dus weer even offline.

Komende week is alweer mijn derde week in Hangzhou. Het is nog steeds een beetje een vreemd idee dat ik me door eigen acties al zo lang in zo’n vreemde stad bevind, maar ik heb veel plezier. Mijn Koreaans-Amerikaanse klasgenoot en ik gaan proberen om vanaf morgen honderd woorden per dag te leren. Met deze uitdaging hopen we iets meer te kunnen zeggen dan richting en welke meloen we willen. Daarnaast gaan we proberen geen Engels meer te gebruiken tijdens de les. Ik hoop dat we het volhouden en vooruit zullen gaan!

Het Chenghuang-pavilioen op de heuvel Wu.
Het Chenghuang-pavilioen op de heuvel Wu.

 

Zoute drop in de stoomoven

Het is een grapje dat Nederlands nog wel eens willen uithalen met buitenlanders: neem dubbel zoute drop en een buitenlandse student. Overtuig deze buitenlandse student dat je hem een typisch Nederlands zoet snoepje gaat geven. Geef hem de dubbel zoute drop. Gevolg: hilariteit. Zoek maar eens op YouTube naar de filmpjes hiervan.

Het openbare fietsenplan. Dit is een halte waar je fietsen kunt ophalen of inleveren,
Het openbare fietsenplan van Hangzhou. Dit is een halte waar je fietsen kunt ophalen of inleveren,

Om toch iets van Nederland bij me te hebben en om wat zout binnen te krijgen in dit warme klimaat, had ik in Groningen drie ons van deze drop gehaald bij de snoepwinkel. Maar deze bruine papieren puntzak trok ook de aandacht van de mensen hier. Dus liet ik iedereen die wilde proeven, wel met de waarschuwing dat het 很咸的 was.

De meeste dachten echter eerst met chocolade te maken te hebben en reageerden nogal verrast. Bij de zoon van mijn gastfamilie en zijn vrienden leverde het nogal gepijnigde blikken op. Twee spuugden het uit, twee anderen durfden dat niet uit angst onbeleefd te zijn. Maar zelfs mijn studiegenoten bij Mandarin Capital konden het niet lijden.

Inmiddels heb ik alles maar opgemaakt, want het begon te smelten in de grote hitte. Het is momenteel zo warm dat zelfs het lokale nieuws het als zodanig begint te benoemen en de mensen klagen meer dan anders. Het was vandaag op het warmst van de dag dan ook 40 °C, met een gevoelstemperatuur van 46 °C. Morgen lijkt niet veel anders te worden.

De fiets-, bus- en metrokaart in al zijn glorie.
De fiets-, bus- en metrokaart in al zijn glorie.

Toch heb ik vandaag een fietskaart aangeschaft. Voor ¥45,- – dat is €5,55 – heb je een kaart die je kunt gebruiken voor fiets, bus en metro. Om een fiets te kunnen huren moet je er ¥200,- (€25) borg opzetten plus een bedrag voor de huur. De fiets is het eerste uur gratis, het tweede uur kost het ¥1,- (€0,12) en daarna ben je ¥3,- (€0,37) per uur kwijt. Je kunt ook gewoon elk uur een nieuwe fiets pakken. Dan hoef je helemaal niks te betalen!

Ik probeerde de kaart gelijk uit een fietste vanmiddag terug van school naar huis. Waar het met de bus 40 minuten duurt, was ik nu nog maar 20 minuten onderweg. Bovendien was het leuk om weer eens te fietsen en dan al helemaal in zo’n stad! Wat een verschil met Groningen. Het enige nadeel is dat ik na afloop gelijk onder de douche kon, maar ik heb maatregelen getroffen voor morgen: ik heb een pet gekocht en doe open schoenen aan. Je moet er toch iets voor over hebben als je het busgeld van ¥4,- (€0,50) wilt besparen!

De afgelopen dagen hebben we op de school een hoop interessante stof behandeld. Dankzij onze laten wist ik genoeg woordjes om samen met mijn klasgenoot de fietskaart te kopen en kon ik gisteren de weg naar het postkantoor vragen.

请问怎么去邮局?
(Qǐng wèn zěn me qù yóu jú?)
Mag ik u vragen, hoe kom ik bij het postkantoor?

先往前走到那里然后左拐。
(Xiān wǎng qián zǒu dào nà lǐ rán hòu zuǒ guǎi.)
Loop eerst daar naar toe en sla daar linksaf.

你在邮局前面。
(Nǐ zài yóu jú qián miàn.)
Je staat voor het postkantoor.

Iets met vlees en paddenstoelen bij de Kungfu.
Iets met vlees en paddenstoelen bij de Kungfu.

De week was er vooral één van ‘s ochtends school, lang praten bij de lunch en dan ‘s middags een beetje huiswerk doen en wat uitrusten. ‘s Avonds komen de mensen weer wat tot leven en dan ga ik er ook uit. Samen met de Italiaanse studente Chinees ga ik vaak wat eten. Een keer hebben we een uitje gemaakt naar een Chinees fastfoodrestaurant. Kungfu volgt geheel de werkwijze van de westerse equivalenten: niet al te lage prijzen, veel van het goedkope (respectievelijk rijst of aardappels) en minder van het dure (vlees). Maar zelfs hier was het eten niet slecht.

Volgens mij is het heel moeilijk om in China een echt slecht restaurant te vinden. Daarvoor vindt men voedsel te belangrijk. Wel begint mijn eigen voorkeur toch meer uit te gaan naar de iets smaakvollere keuken van Noord-China zoals we die bij onze rondreis vorig jaar proefden. De mensen in deze regio houden wat meer van zoet en minder zout en geven daarom ook minder smaak aan het eten.

Het komende weekeinde gaan we dat nog een keer testen als we afscheid nemen van een lerares. Daarnaast willen we een aantal bezienswaardigheden in de stad bij langs en gaan we kijken wat voor mensen er op een zondag naar de ‘English Corner’. Deze ongeorganiseerde openluchtoefening in de Engelse taal bestaat al sinds de jaren dertig en werd slechts onderbroken door de Culturele Revolutie. Ik ben benieuwd!

De airco op standje hittegolf

In Nederland is er volgens het KNMI een hittegolf als voor vijf dagen de temperatuur minstens de 25 ºC heeft aangetikt en op drie dagen van die vijf minstens de 30 ºC. Als je dat uit probeert te leggen aan iemand in een stad als Hangzhou, dan vinden ze dat nogal grappig.

Als wij hier namelijk gaan slapen, dan zetten we de airco op bijvoorbeeld 27 ºC en vinden dat dan lekker koel na een dag in de stoomoven buiten. Zondag, bijvoorbeeld, was met 40 ºC maar iets warmer dan normaal. Volgens de theorie van het KNMI heeft mijn slaapkamer dus ook last van een hittegolf. Hier heet dat herfst.

Ondanks de warmte, hebben we wel genoten van het weekeinde. Eén van de studenten is een Kazachstaanse jongen die hier enkele Chinese vrienden heeft gemaakt. Vrijdagavond nam hij ons mee naar een restaurant in een 小区 – xiǎo qū, een gemeenschap van flats met een bewaakte poort in de omheining – waar voornamelijk voormalige boeren wonen van onteigend land. De vrienden van de jongen zaten daar al op ons te wachten in een restaurantje.

Na afloop gingen we naar KTV: karaoke! In een privékamer wordt dan een enorme hoeveelheid flessen bier (2,5%) neergezet en je hebt een aantal microfoons. Je kunt dan kiezen uit een grote lijst westerse maar vooral Chinese, Taiwanese en Japanse muziek. Een van onze leraressen was ook mee en gaf een geweldig optreden. Hoewel een paar van de Chinese jongens vooral schreeuwden, konden de Chinezen over het algemeen erg goed zingen. Dat krijg je als karaoke zo populair is als tijdverdrijf!

Zaterdag en zondag deed ik overdag niet veel. Ik leerde woordjes, die ik allemaal op Memrise heb gezet, vatte grammatica samen en las verder in mijn boeken. Ik ben er achter gekomen dat de zeven die ik mee had genomen waarschijnlijk niet genoeg zullen zijn, dus nu moet ik op zoek naar nieuwe!

De Leifeng-pagoda duikt op tussen de bomen.
De Leifeng-pagoda duikt op tussen de bomen.

Zondagavond gingen we met z’n vieren – mijn Koreaans-Amerikaanse medestudent, een Italiaanse leerlinge en de mooi zingende lerares – naar de Leifeng-pagoda. 太漂亮了! Het was al donker toen we onze tickets kochten en toen begon het ook nog te regenen en onweer barstte los.

In Nederland zou zulk weer een uitje helemaal verpesten, maar hier waren we er juist heel erg blij mee. Niet alleen  koelde het heerlijk af, ook zorgde het voor een geweldig uitzicht. Nadat we, voorbij de onder munt- en briefgeld bedolven originele fundamenten, met de lift van deze replica omhoog waren gegaan, spreidde het Westelijke Meer zich op wonderlijke wijze voor ons uit.

Uitzicht naar het noorden op de stad Hangzhou.
Uitzicht naar het noorden op de stad Hangzhou.

Aan de ene kant van het meer lagen donkere heuvels, slechts af en toe doorbroken door een lichtje of een tempel. Aan de andere kant van het meer lag de stad Hangzhou, De bomen aan de oevers waren verlicht en de torens en huizen van het centrum tekenden een felle skyline. Het meer zelf was verborgen onder slierten van mist, gecreëerd door een samenspel van regen en warmte, tot grillige patronen verwaaid door de wind. Hier tussendoor kruisten enkele lampjes van de boten die van en naar de eilandjes voeren. Het geheel werd af en toe opgelicht door bliksem. Ik heb nog nooit zoiets gezien.

De Leifeng-pagoda van dichtbij.
De Leifeng-pagoda van dichtbij.

Na afloop gingen we eten in het Italiaanse restaurant van het grootste winkelcentrum van de stad. Volgens de Italiaanse was het niet écht echt Italiaans, maar het was wel goed. We verwachtten dat het duurder zou zijn, omdat het buitenlands voedsel was, maar het was heel erg goedkoop. Maar ¥29,- of €3,60 voor één pizza!

Deze week hebben mijn Koreaans-Amerikaanse klasgenoot en ik er een nieuw meisje uit Groot-Brittannië bijgekregen in de groep. Ze zal hier maar voor twee weken blijven. Ondanks dat ze zegt enkel woordjes te hebben geleerd, kan ze goed meekomen. In bepaalde opzichten is ze zelfs al verder!

Vandaag zijn we begonnen met een nieuw thema: aangeven waar iets is en hoe je daar kunt komen. Interessant en nuttig! De warmte zal de komende week zal hetzelfde zijn als afgelopen week: overdag tussen de 35 ºC en 39 ºC. Daarnaast zullen we aan het einde ervan afscheid moeten nemen van de mooi zingende lerares.

Op naar week twee!