De laatste twee weken gaan in

De botanische tuin gezien vanaf de Su-dam die het Westelijke Meer oversteekt.
De botanische tuin gezien vanaf de Su-dam die het Westelijke Meer oversteekt.

Het is inmiddels al meer dan vier weken geleden dat ik voor het eerst aankwam in Hangzhou. Toen ik uit de lange-afstandsbus stapte, was de stad nog onbekend terrein voor mij. Nadat ik een kaart had gevraagd bij een touristeninformatieloket, kon ik beginnen te kijken waar precies in de stad ik me bevond. Toen duurde dat nog even.

Maar na vier weken ronddwalen op de fiets, te voet, in de taxi of met het openbaar vervoer ben ik enigszins bekend met de indeling. Chinese steden zijn vrij Amerikaans in hun aanleg: rechte, lange straten en geen gebouwen die meer dan een halve eeuw oud zijn.

Dit maakt het vinden van de weg zowel makkelijker – zolang je maar in de juiste richting gaat, kom je jouw straat altijd wel een keer tegen – en moeilijk – de gebouwen lijken allemaal op elkaar. Een probleem is dat de afstanden groter zijn: je onderschat continue de lengte van een blok. Mijn gastgezin woont voor Chinese begrippen niet heel erg ver van de school: maar 5 kilometer. In Groningen is het vanaf de rand van de stad, waar ik woon, naar de universiteit in het centrum slechts 3,5 kilometer.

Zijtak naar de stad van het Grote Jing-Hang Kanaal.
Zijtak naar de stad van het Grote Jing-Hang Kanaal.

Ondertussen houdt de hittegolf aan. De temperatuur blijft dagelijks tegen de veertig aan schuren, hoewel de tyfoon die in de Filipijnen huis houdt hier vanaf gisteravond voor enige verkoelende wind zorgt. De herfst is volgens de Chinese telling van de seizoenen al begonnen en onze lerares zei dat het begin van de herfst vaak erg warm is. Niet zo gek als het nog maar halverwege augustus is!

Vorige week zijn we begonnen met het leren van karakters. Tot dan toe hadden we enkel pinyin – het fonetische schrift – gebruikt, maar zonder de karakters kom je niet ver. Het gaat ons nooit lukken om heel erg veel te leren voor we vertrekken, maar onze leraren proberen ons in ieder geval de basisregels voor het schrijven bij te brengen.

Chinezen spelen graag basketbal en dat is hoe mijn klasgenoot iemand leerde kennen die op zijn beurt wel iemand kende die met hem tegen een vergoeding ‘s middags wilde praten. Omdat ik merkte dat deze dagelijkse gespreksoefening bij hem voor grote vorderingen zorgde, vroeg ik of hij kon vragen of er ook iemand met mij kon praten.

De Chinese studenten hebben nu ook zomervakantie en schijnen zich te vervelen, dus het was geen probleem iemand te vinden. Vorige week heb ik haar voor het eerst gesproken en vandaag was de tweede keer. Het is goed om je Chinees een keer uit te proberen zonder zijwieltjes; dan leer je werken met een beperkte woordenschat en merk je hoe erg je nog naast de juiste tonen zit. Want het herkennen van de juiste toon en het gebruiken van de juiste toon is nog altijd erg moeilijk. Als ik spreek, klinken bijvoorbeeld 睡觉 (shuì jiào) en 水饺 (shuǐ jiǎo) nog te veel hetzelfde. Een Chinees hoort ‘gaan slapen’ en een soort dumplings.

Akkers van de Acht Diagrammen, schijnbaar nog bewerkt door de Qianlong-keizer.
Akkers van de Acht Diagrammen, schijnbaar nog bewerkt door de Qianlong-keizer. Op de achtergrond buitenwijken van Hangzhou.

Afgelopen weekeinde was druk genoeg. Omdat ik komend weekeinde wil proberen Shanghai te bezichtigen, wilde ik nog wat van Hangzhou zien. Daarom ging ik zaterdag overdag naar het Westelijke Meer, stak de Su-dam over, bezocht het Nationale Zijdemuseum en beklom de Jade-Keizer-Heuvel.

Dat was een hele klim, zeker in de middaghitte, maar het was de moeite waard, want vlak onder de top was een aangenaam koele grot en een theehuis. Onderweg en op de top kon ik tussen de bomen door stukken zien van de stad en de omgeving van de heuvel die de Vaalsberg aardig benadert in hoogte.

Hangzhou zelf is volgebouwd, maar de heuvels rondom het Westelijke Meer zijn nauwelijks in gebruik; daar zijn ze te stijl voor. Dat zorgt dat hoogbouw naast groen beboste hellingen staat en maakt dat Hangzhou een prettige stad is om de te verblijven. Je hebt niet ringweg na ringweg, maar er is groen om je toevlucht in te zoeken als de drukte van de stad je even teveel wordt.

Zondag studeerde ik en rustte ik uit, want zaterdagavond ging ik weer naar het Westelijke Meer, deze keer met de Italiaanse, om daar te wandelen in de avond en te eten. Het was nog steeds erg warm, maar het was de moeite waard om langzaam het licht van de dag te zien verdwijnen en vervangen te worden door de lichtjes in de bomen en op het meer.

Zondagavond was ik uitgenodigd door een van mijn leraressen om met haar en haar vrienden mee te eten. We aten iets wat leek op dumplings, maar wat het volgens mijn lerares niet was. De juiste naam is mij ontschoten. Na afloop leerden haar vrienden mij Chinees kaarten; het is een ingewikkeld spel met heel erg veel kaarten waarbij je min of meer tegen elkaar op biedt.

Maar nu zijn de lessen weer begonnen en het einde van mijn verblijf komt rap nabij. Hoewel mijn gesproken Mandarijn steeds beter begint te worden, heb ik nog een heleboel werk te doen qua woordenschat en tonen. Daarnaast is mijn grammaticale kennis nu nog erg simpel. Ik hoop dat ik nog flink wat bij kan leren voordat ik straks terugkeer naar Nederland! Dan zie ik Groningen verder.

Het beeld in de poort van de taoïstische tempel op de top van de Jaden-Keizer-Heuvel.
Het beeld in de poort van de taoïstische tempel op de top van de Jaden-Keizer-Heuvel.

1 thought on “De laatste twee weken gaan in”

Leave a Reply