Taiwan: wat zijn het Één-China-Principe, het Één-China-Beleid, en de Consensus van 1992?

Nadat de Chinese Nationalistische Partij (KMT, 中國國民黨 zhōngguó guómíndǎng) in januari 2020 de verkiezingen verloor van President Tsai Ing-wen (蔡英文 Cài Yīngwén, 2016–heden) en haar Partij van de Democratische Vooruitgang (DPP, 民進黨 mínjìndǎng), drong de ‘jonge’ garde aan op hervorming van de partij die vanaf 1947 tot de jaren negentig Taiwan onderwierp aan een dictatoriaal regime. Volgens deze mensen is het China-beleid van de KMT de belangrijkste belemmering bij het aanspreken van het Taiwanese publiek.

Focuspunt van de problemen is de zogeheten ‘Consensus van 1992’, de formule die tijdens de regering van KMT-president Ma Ying-jeou (馬英九 Mǎ Yīngjiǔ, 2008–16) werd gebruikt om interactie met China mogelijk te maken. De vaak bejaarde ‘Diepblauwe Factie’ binnen de KMT heeft echter nog veel macht en uiteindelijk sprak het partijcongres in september 2020 nog eens haar steun uit voor de Consensus, alsmede haar afkeuring van zowel ‘Taiwanese onafhankelijkheid’ als de Chinese voorstellen voor ‘Een Land, Twee Systemen’.

Dat biedt een goede gelegenheid om het te hebben over wat de Consensus van 1992 nu is, en hoe dit zich verhoudt tot het Één-China-Principe en Één-China-Beleid.

Één China

Volgens de huidige regering in Peking hield de Republiek China (ROC, 中華民國 zhōnghuá mínguó) op te bestaan toen Máo Zédōng (毛泽东) op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China (PRC, 中华人民共和国 zhōnghuá rénmín gònghéguó) uitriep: China wordt sinds die datum vertegenwoordigd door de PRC, die alle rechten en plichten van de oude ROC overnam.

Na hun verlies in de Chinese Burgeroorlog vluchtten KMT-leider Chiang Kai-shek (蔣中正 Jiǎng Zhōngzhèng) en zijn volgelingen naar Taiwan – een dik miljoen Vastelanders (外省人 wàishěng rén) die bij de zes miljoen Taiwanezen (本省人 běnshěng rén) kwamen. Vanuit de ‘tijdelijke hoofdstad’ Taipei claimde deze groep dat de nieuwe staat die ze op de voormalige Japanse kolonie Taiwan met Amerikaanse hulp opbouwden nog steeds de ROC was, en bovendien de enige rechtmatige regering van héél China.

Het is nu nog officieel beleid aan beide kanten van de Straat van Taiwan dat er slechts Één China is. Wanneer een land formele diplomatieke betrekkingen aangaat met het ene ‘China’, dan breekt het andere ‘China’ de relatie af.

Sinds het begin van de democratisering is deze claim voor Taipei steeds meer slechts een formaliteit. Het land is al vanaf 1895 gescheiden van China en vanaf 1949 een onafhankelijke staat. Taiwan is eigenlijk alleen nog verplicht om aan de formele claim op Één China in de ROC-grondwet vast te houden, omdat die claim opgeven voor Peking een casus belli zou zijn. Maar zelfs dan nog is de jurisdictie van de Republiek China met de grondwetswijzingen vanaf de jaren negentig beperkt tot wat we nu afgekort ‘Taiwan’ noemen.

Principe

Peking houdt echter nog wel vol overtuiging vast aan een beleid dat stelt dat Taiwan onherroepelijk onderdeel is van China. Dit is het zogeheten ‘Één-China-Principe’ (一个中国原则 yī ge zhōngguó yuánzé, afgekort: 一中原则 yī zhōng yuánzé; One China Principle). Volgens dit principe is er één China, dat China is de Volksrepubliek China, en Taiwan behoort daar ook toe. In China mag je dan ook niet spreken over ‘China en Taiwan’, maar praat je over het ‘Chinese Vasteland en China’s Taiwan’.

Volgens deze formulering kan Taiwan bijvoorbeeld niet lid worden van de Verenigde Naties (VN), ook niet als Republiek China. Bij Korea kan dit wel. Seoel en Pyongyang claimen beide het ‘echte’ Korea te vertegenwoordigen, met soevereiniteit over het hele schiereiland. Toch is Zuid-Korea gewoon lid van de VN als de Republiek Korea (ROK) en Noord-Korea als de Democratische Volksrepubliek Korea (DPRK). Peking probeert daarentegen het internationale bestaan van Taiwan als onafhankelijke entiteit compleet onmogelijk te maken.

Hiertoe eist China ook dat haar diplomatieke partners Één China erkennen als voorwaarde om betrekkingen aan te gaan. Op basis van dit feit claimt Peking in haar communicatie stelselmatig dat er een ‘internationale consensus’ bestaat over het Één-China-Principe. Dus pogingen van Taiwan om meer speelruimte te creëren voor zichzelf, gaan in tegen de wil van de internationale gemeenschap en de ‘trend van de geschiedenis’. Dit is onjuist.

Beleid

Andere landen nemen niet blindelings het Één-China-Principe van Peking over. In plaats daarvan hebben alle landen die formele betrekkingen hebben met China – of met Taiwan als ROC! – een ‘Één-China-Beleid’ (一个中国政策 yī ge zhōngguó zhèngcè, afgekort: 一中政策 yī zhōng zhèngcè). Elk land heeft zijn eigen Beleid. De inhoud is het gevolg van de onderhandelingen tijdens het aangaan van formele betrekkingen en het gedrag in de loop van de tijd.

Hoewel sommige inderdaad expliciet erkennen dat Taiwan onderdeel is van de Volksrepubliek, gaat het in de meeste gevallen slechts om een erkenning dat er één China is en dat de Volksrepubliek China de rechtmatige regering is van China. Nederland en Frankrijk hebben eind 20ste eeuw nog wapens verkocht aan Taipei. Singapore erkent Peking, maar heeft nog altijd jaarlijkse militaire oefeningen in Taiwan. De Verenigde Staten stellen uitdrukkelijk dat ze geen uitspraak doen over de status van Taiwan.

Nederland stelt in de beleidsnotitie over haar relatie met China slechts:

“Nederland heeft, net als alle andere landen die diplomatieke betrekkingen onderhouden met China, een ‘één-Chinabeleid’, waarbij het de regering van de Volksrepubliek China (in Peking) als enige wettige regering van China erkent. Dit betekent dat Nederland geen diplomatieke betrekkingen met Taiwan onderhoudt. Wel heeft Nederland goede economische, culturele en wetenschappelijke betrekkingen met Taiwan die via het Netherlands Trade and Investment Office [tegenwoordig: Netherlands Office Taipei] worden behartigd.”

Ministerie van Buitenlandse Zaken. 2019. Nederland-China: Een Nieuwe Balans. p. 16

Er is dus géén internationale consensus dat Taiwan onderdeel is van de Volksrepubliek. Taiwanezen denken er zelf ook niet zo over. Uit onderzoek blijkt dat de meerderheid van Taiwanezen de woorden ‘Republiek China’ en ‘Taiwan’ als synoniemen ziet voor de staat waarin ze leven. Peilingen laten al jaren zien dat men deze status quo verkiest of zelfs onafhankelijkheid wil. Onder voorwaarde dat China niks doet is er zelfs een duidelijke meerderheid voor formele onafhankelijkheid.

Consensus van 1992

De KMT, tegenwoordig in de oppositie in Taiwan, is echter de erfgenaam van een lange traditie van Chinees nationalisme. Hoewel dit voor de gemiddelde Taiwanees tegenwoordig niet zoveel aantrekkingskracht meer heeft, bestaat er nog steeds een invloedrijke ‘diepblauwe’ (op basis van de partijkleur) elite uit Vastelander-gezinnen die nog altijd gelooft in het idee van ‘China’. Dit maakt, samen met de KMT’s geschiedenis van moorddadige dictatuur, dat de partij erg onaantrekkelijk is voor jonge Taiwanezen.

Als men het heeft over het ‘jonge’ kamp in de partij, dan moet je denken aan mensen van rond de veertig. Deze groep heeft echter door dat de KMT iets moet doen aan haar starre vasthouden aan Één China en een te welwillende houding tegenover een steeds agressiever Peking, als de partij ooit nog eens de verkiezingen wil winnen. Als symbolisch doelwit hadden ze de ‘Consensus van 1992’ (九二共識/九二共识 jiǔ èr gòngshì/jiǔ èr gòngshí) gesteld.

Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen van januari 2020 stelde de populistische KMT-kandidaat Han Kuo-yu (韓國瑜 Hán Guóyú) dat de Consensus nodig was voor vrede en welvaart. Een toespraak van Chinese president Xí Jìnpíng (习近平) in januari 2019, waarin hij volgens het groene kamp (partijkleur DPP) de Consensus in verband bracht met ‘Een Land, Twee Systemen’ (一国两制 yīguó liǎngzhì), en de daaropvolgende onderdrukking in annexatie-proeftuin Hong Kong hadden de Consensus echter een slechte naam gegeven.

De KMT claimt dat de neergang van de betrekkingen tussen China en Taiwan sinds Tsai Ing-wen in 2016 aan de macht kwam, begon met haar weigering om de Consensus van 1992 te erkennen. Dat Tsai dat niet volmondig doet, is echter niet zo verrassend. De Consensus is een product van een KMT-regering, niet van beleid van haar DPP.

KMT-uitvinding

In het begin van de jaren negentig vonden er gesprekken plaats in Hong Kong (1992) en Singapore (1993) tussen vertegenwoordigers van Taipei en Peking. Voor het groene kamp was dit controversieel, omdat pas in 1993 een democratisch gekozen parlement zitting nam en de eerste presidentsverkiezingen pas in 1996 werden gehouden. Taiwanese onafhankelijkheidsactivisten vreesden dat ongekozen bureaucraten van de oude partijstaat het eiland in de uitverkoop zouden doen. Maar ze hadden uiteindelijk niet veel te vrezen, want deze gesprekken werden uiteindelijk afgebroken zonder overeenstemming.

Tijdens een periode dat de KMT niet aan de macht was, van 2000 tot 2008, bedacht KMT-politicus Su Chi (蘇起 Sū Qǐ) verwijzend naar die gesprekken echter de ‘Consensus van 1992’, op basis van in 1992 door de Taiwanese kant in Hong Kong bedachte formulering. Deze stelde voor om gesprekken te voeren op basis van een consensus dat er één China is waartoe Taiwan en het Vasteland behoren, maar met de erkenning dat er aan beide kanten verschillende interpretaties zijn wat dat ene China is (一中各表 yīzhōng gèbiǎo). Deze formulering is toentertijd door de Chinese kant afgewezen, waarna de bijeenkomst werd afgebroken.

Met de DPP aan de macht zochten de KMT en CCP naar een manier om het vooruitzicht van economische groei door samenwerking van beiden kanten te gebruiken als om het groene kamp van de troon te stoten. Onder de KMT-regering van 2008 tot 2016 werd deze Consensus regeringsbeleid. Dit maakte de onderhandelingen tussen beide kanten mogelijk voor Ma’s ambitieuze plannen voor een handelsovereenkomst. Positieve geluiden uit Peking en het werk van Su Chi leidden tot de Consensus van 1992 en de leugen dat deze al uit Hong Kong zou stammen.

Maar, hoewel China de label ‘Consensus van 1992’ steeds op rituele wijze herhaalt als voorwaarde voor interactie met Taipei, heeft Peking nooit erkend dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn. Daar ligt de nadruk vooral op het ‘één China’ (一中 yīzhōng). De KMT noemt de ‘verschillende interpretaties‘ (各表 gèbiǎo) ook niet in gesprekken met Chinese tegenhangers. Onder de Taiwanese bevolking is er ook geen consensus over de betekenis van de Consensus.

De KMT kan echter de Consensus van 1992 niet schrappen uit haar programma. Ten eerste komt dit door het feit dat er nog altijd een machtige groep oude Chinese nationalisten is binnen de partij, waarvan voormalig president Ma de bekendste is. Daarnaast stelt de KMT bij verkiezingen dat haar connecties met China juist de stabiliteit en welvaart brengen die Taiwan nodig heeft. Maar er spelen ook persoonlijke belangen. Bijna de helft van het bestuur van de KMT heeft financiële belangen in China. In de Chinese context is het een vereiste voor zulke zakenmensen om Één China te erkennen.

Toekomst

De Consensus van 1992 hangt nog altijd als een molensteen om de nek van de KMT. Het groene kamp zal hem nooit omarmen, maar ook potentiële concurrenten voor de positie van KMT in het electorale landschap zoals de Taiwanese Volkspartij (TPP, 民眾黨 mínzhòngdǎng) hebben geen reden om de gifpil in te nemen, nu Peking steeds minder ruimte laat voor verschillende interpretaties. De Taiwanese kiezer wil natuurlijk stabiliteit en economische groei, maar China blijf impopulair.

Taiwanese politici proberen nieuwe formule’s te vinden voor dialoog met China. De door Tsai recent benoemde minister Chiu Tai-san (邱太三 Qiū Tàisān) voor de Vastelandraad (大陸委員會 dàlù wěiyuánhuì, ‘Mainland Affairs Council’) – verantwoordelijk voor de betrekkingen met China – stelde dat de Consensus te controversieel is en dat beide kanten samen kunnen werken onder ‘constructieve ambiguïteit’ (建設性的模糊 jiànshè xìng de móhú). De Chinese kant heeft dit gelijk afgedaan als woordenspel.

KMT-voorzitter Johnny Chiang Chi-chen (江啟臣 Jiāng Qǐchén) probeert ondertussen China en de nationalisten binnen zijn eigen partij tevreden te houden en tegelijkertijd de KMT weer verkiesbaar te maken. Hij stelt een vernieuwde ‘Consensus van 1992 Plus’ (九二共識Plus jiǔ èr gòngshì Plus) voor. Deze heeft vier nogal vage onderdelen: soevereiniteit van de ROC; vrede en veiligheid in de Straat; vrijheid, democratie en mensenrechten; en gezamenlijke welvaart aan beide kanten van de Straat versterken. In lijn met de recente ROC-nostalgie binnen de KMT ligt de nadruk op de Republiek China en haar grondwet. Ook deze innovatie is gelijk door de Chinese kant afgewezen.

China richt zich op Één-China-Principe

De PRC-reactie op Johnny Chiang gaf een behoorlijk enge Chinese definitie van de Consensus van 1992: „de kernbetekenis van de ‘Consensus van 1992’ is ‘beide kanten van de Straat [van Taiwan] behoren tot Één China, samen streven om nationale hereniging te bereiken’” (“九二共识”的核心要义是“海峡两岸同属一个中国,共同努力谋求国家统一”). Dit staat nogal ver van de ‘Één China, Verschillende Interpretaties’ van Su Chi.

In China hoor je steeds meer geluiden dat de KMT onbetrouwbaar is of toch niks voor elkaar kan krijgen, dus dat Peking op zoek moet naar andere partners. De Consensus is sowieso minder belangrijk nu de nadruk op Één China steeds meer toeneemt. Uiteindelijk is de belangrijkste prioriteit van de Chinese Communistische Partij (CCP, 中共党 zhōnggòngdǎng) vooralsnog om ‘onafhankelijkheid’ te voorkomen. Afschrikking en dreiging is belangrijker dan samenwerking. Het Één-China-Principe leent zich daar beter voor dan de Consensus van 1992.

Wanneer men het in de Taiwanese context over ‘Taiwanese onafhankelijkheid’ (台獨 táidú) heeft, dan bedoelt men echter het vervangen van het bestaande ROC-systeem door een Taiwanese republiek. Het is op basis hiervan dat sommige experts zeggen dat President Tsai niet ‘pro-onafhankelijkheid’ is, omdat ze slechts voor versterking van soevereiniteit van wat in haar formulering de ‘Republiek China (Taiwan)’ (中華民國台灣 zhōnghuá mínguó táiwān) heet. Het groene kamp spreekt ook steeds makkelijker over ‘China en Taiwan’. Dit gaat natuurlijk in tegen Pekings idee van Één China.

Dat ‘gevaar’ en de strijd over Taiwanese deelname aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de aanvallen op multinationals met ‘verkeerde’ kaartjes laten al zien dat het bewaken van deze lijn voor China een actieve strijd is. Nog altijd probeert Peking Één-China-Beleid van afzonderlijke landen geleidelijk gelijk te stellen aan zijn eigen Één-China-Principe. Een andere tactiek is te stellen dat Tsai Ing-wen degene was die zogenaamd brak met de Consensus van 1992. Het is daarom goed om duidelijk te maken dat het Principe van China en een Beleid van een land niet hetzelfde zijn, en dat er nooit een consensus is geweest over de Consensus.

Dit stuk is herzien en uitgebreid op 9 april 2021.

Join the conversation

11 Comments

Leave a comment

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.